|
In
1988 noemt Habermas de metafysica "het op Plato teruggaande
denken van een filosofisch idealisme, dat via Plotinus tot Kant,
Fichte, Schelling en Hegel leidt." Hieruit blijkt de grote
verlegenheid van veel huidige filosofen als ze iets steekhoudends
over metafysica moeten zeggen. Michael Rose zei in hetzelfde jaar
dat alles daarvan afhangt "what one means by metaphysics,
and that, as philosophers know, can be practically anything."
Het is voor hem dan ook een "exceptional elusive as well
as tenacious house-guest." Herbert Spencer noemde het al
een "disease of language" en Ogden en Richards (1923)
spreken van een "orgy of verbomania" uitsluitend
gericht op affectieve resonantie! Laserowitz noemt metafysica: "a
subtle and remarkable work of verbal art." Max Horkheimer,
toch de founding father van de vaak om zijn metafysische reminiscenties
heftig bekritiseerde Frankfurter Schule, weet niet "wie
weit die Metaphysiker recht haben [...] Aber ich weiss, dass die
Metaphysiker gewöhnlich nur in geringem Masse von dem beeindruckt
sind, was die Menschen quält," en de Groningse filosoof
Hans Harbers noemt Wittgensteins Tractatus "een stevige antistof
tegen metafysica en andere vormen van humbug."
Met soortgelijke uitspraken zou men gemakkelijk een boek kunnen
vullen en men vraagt zich dan ook terecht af, met wat voor onzin
het Rudolf von Laun Instituut zich nu eigenlijk bezig houdt.
Nu
wil het geval dat al deze critici van de metafysica niet eens zo
ongelijk hebben als ze de metafysica voor iets absurds houden, want
ofschoon G.E. Moore in zijn beroemde Principia Ethica 'metafysisch'
definieert "by a reference to supersensible reality",
voelt hij zich gedwongen daaraan toe te voegen: "although
I think that the only non-natural objects, about which it has succeeded
in obtaining truth, are objects which do not exist at all."
Daarbij sluit zich Moore in feite aan bij Plato, die de sofistische
tegenspelers van Socrates' ideeënleer, vaak op een zonder meer
overtuigende manier in de mond legt, dat de ideeënleer absurd
is. In de Platoonse dialoog Gorgias bijvoorbeeld heeft Callicles
het gezond verstand aan zijn zijde als hij beredeneert waarom Socrates'
argumentatie van de gekke is. En toch is zijn ideeënleer de
basis van de metafysica, want Plato's ideeën zijn niets anders
dan het wezen van de dingen en dat metafysica iets te maken heeft
met het wezen van de dingen, wordt wel heel breed erkend, zoals
Paul Menzel in 1931 zei: "Zuerst ist sicher, dass die Metaphysik
nach ihrem Grundcharakter auf die Erfassung des Wesens der Dinge
gerichtet is." Ook Horkheimer erkent "dass Metaphysik
in irgendeiner Weise die Erkenntnis des wahren Wesens der Dinge
bezeichnet."
Daarmee
hebben wij ook de basisidee van het Von Laun Instituut voorgesteld:
dat het namelijk mogelijk is op een wetenschappelijk te verantwoorden
wijze de vraag naar het wezen te stellen van wat voor ons politiek
en maatschappelijk van belang is. Dat wezen kunnen we benoemen en
we kunnen laten zien hoe die wezenskennis in een democratie niet
alleen operationeel kan maar ook moet worden, als we op de
langere termijn de democratie niet in gevaar willen brengen. Deze
folder bevat informatie over het doel, de faciliteiten, de onderzoeksprojecten
en de onderwijsactiviteiten van dit instituut.
Het
logo van het instituut bevat de portretten van Socrates en Descartes,
beide vooraanstaande metafysici, de eerste in de antieke, de tweede
in de moderne traditie.
Het
instituut is genoemd naar Rudolf von Laun, een van oorsprong Oostenrijkse
jurist die vanuit een metafysisch perspectief de positivistische
en fascistische tendensen in de rechtswetenschap en rechtspraktijk
bestreed.
Het
instituut is in 1995 te Leeuwarden gesticht door Dr J.D.J. Buve,
de auteur van Macht und Sein, een boek dat een overtuigende metafysische
kritiek op het hedendaagse scepticisme naar voren brengt.
|